Wat is de Hemel?
Door: Jacob Klein Haneveld
1. De troost van de hemel
2. De hemel is een plaats
3. Rechtstreeks naar de hemel
4. Herkenning in de hemel
5. Hemelse heiligen nemen ons waar
6. Het sterven is gewin
7. De weg naar de hemel
Schriftlezing: Joh. 14: 1-6, Openb. 21 en 22.
1. DE WONDERBARE TROOST VAN DE HEMEL
Thans wil ik met u spreken over een uiterst belangrijk en heerlijk onderwerp: Wat is de hemel? Eigenlijk moesten Gods kinderen veel meer over de hemel spreken, dan zij gewoonlijk doen. De heiligen van de oude tijd spraken dagelijks over de hemel. Zij verheugden zich in het vooruitzicht van de hemel. Zij hadden heimwee naar de hemel. Zij zongen van de hemel. Jezus zeide: 'Verblijd U, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen' (Luk. 10 : 20). O, ik bid God, dat door deze boodschap de hemel voor u een grotere werkelijkheid mag worden. De hemel is niet zo ver weg, als u denkt. Engelen gaan voortdurend van de hemel naar de aarde, en van de aarde naar de hemel. Zij onderhouden een druk en levendig verkeer tussen hemel en aarde. Hemelse wezens zien dag en nacht op ons neer en slaan ons met oneindige liefde en tederheid gade. Zij verblijden zich, als een zondaar zich op aarde bekeert.
Laat geen ongeloof of twijfel uw blijdschap in de gezegende en zekere beloften aangaande de hemel wegnemen. Onderzoek de Schriften; bedenk de dingen die boven zijn; spreek veel over de hemel; verblijd u in de hemel; zing van de hemel. Wij hebben in onze zangbundels vele liederen, die de hemel bezingen. Reeds op de zondagsschool leerde ik het bekende kinderlied:
‘In de hemel is het schoon.
Waar men zingt op blijde toon,
Met een altoos vrolijk harte,
Vrij van alle zorg en smarte.
En hoe vaak hebben wij in onze samenkomsten gezongen:
Daarboven is een heerlijk oord,
O, zo schoon!
Daar wordt het engelenlied gehoord,
O, zo schoon!
Een van mijn lievelingsliederen is het bekende gezang:
Eens zullen wij met Jezus leven.
Dan voelt, dan kent men geen verdriet.
Dat uitzicht moet ons nooit begeven,
Zij, die geloven, haasten niet.
Hoe dikwijls hebben deze en vele andere liederen de harten van vermoeide, aardse pelgrims op weg naar het hemelse Vaderland getroost en bemoedigd. Welk een heim-wee naar ons eeuwig Tehuis spreekt uit deze hemelse zangen. Het menselijk hart verlangt naar een plaats, waar geen zonde, geen ziekte, geen dood; geen rouw, geen scheiding, geen teleurstelling meer zal zijn. Zulk een plaats is de hemel voor het kind van God. In deze wereld voelt hij zich niet thuis. De dingen dezer wereld hebben hun bekoring voor hem verloren. Zijn burgerschap is in de hemel. Zolang hij nog op aarde is, is hij een 'vreemdeling' en 'bijwoner'. Als Abraham heeft hij hier 'geen blijvende stad', maar zoekt hij 'de toekomende'. De hemel is voor hem het Vaderhuis. Daar wordt op hem gewacht. Daar is zijn schat, en daar is ook zijn hart. Daarom is hij met zijn gedachten voortdurend bezig met dat heerlijk Tehuis van zijn geliefde ontslapenen, van zijn gezegende Heiland, van zijn Hemelse Vader. Vele mensen, ook gelovigen, hebben zich de meest eigenaardige ideeën gevormd over de hemel, die dikwijls meer heidens dan Bijbels van oorsprong zijn. Allerlei valse leringen hebben hun geest verward. Menselijke fantasieën en filosofieën zijn echter volkomen waardeloos, alleen het Woord van God is gezaghebbend en licht ons naar waarheid in over de dingen van het leven na dit leven. En Zijn Woord spreekt meer over de hemel en hemelse zaken, dan men over het algemeen denkt.
2. DE HEMEL IS EEN PLAATS
In Johannes 14 lazen wij, dat Jezus tot Zijn discipelen zeide: 'Uw hart worde niet ontroerd... in het huis Mijns Vaders zijn vele woningen... Ik ga heen om u plaats te bereiden'.
De hemel is dus een plaats. Jezus ging heen, om deze plaats te bereiden. Deze plaats is in het Vaderhuis, dat vele woningen heeft. Denk dus nooit aan de hemel als aan een vage wereld van geesten, onwerkelijk en onzeker. Neen, de hemel is even letterlijk en concreet een plaats, als het huis waarin u woont. Menselijke telescopen kunnen niet zien op welke verafgelegen planeet of ster dit paradijs Gods is, waar Jezus de vele woningen voor de Zijnen bereidt. Maar hoewel menselijke ogen niet ver genoeg reiken, een ding is zeker; ergens in de onmetelijke ruimte is een plaats, die hemel heet. Daar woont God, daar woont onze Heiland, daar bevinden zich onze geliefde ontslapenen, omringd door miljoenen engelen. De hemel is niet alleen een plaats. Maar in de hemel is ook een stad. Geen denkbeeldige stad, maar een 'stad die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is'. O, die stralende en schitterende heerlijkheid van deze 'stad Gods', deze 'heilige stad', het 'hemelse Jeruzalem'.
In Openbaring 21 en 22 vinden wij een uitvoerige beschrijving van de omvang en van de schoonheid van deze hemelse stad. 'Zij heeft de heerlijkheid Gods en haar licht was de allerkostelijkste steen gelijk, namelijk steen Jaspis; blinkend gelijk kristal'. Het is een letterlijke stad met muren van doorschijnend Jaspis, 144 ellen hoog. De straten zijn van zuiver goud. De fundamenten zijn versierd met de kostbaarste edelstenen. Zij heeft twaalf grote poorten, waarvan elk een parel is. Zij is 12.000 stadiën lang, breed en hoog. In omvang overtreft zij dus alle steden van de wereld. In deze stad stroomt een rivier, die ontspringt uit de troon van God en van het Lam. Aan de oevers van deze hemelse stroom groeien de bomen des levens, die twaalf soorten vruchten dragen. Maandelijks werpen zij deze kostelijke vruchten af. De bladeren van deze bomen hebben genezende kracht voor de volkeren. In deze rivier stroomt het zuivere water des levens, zonder vlek of smet, helder als kristal. Ik twijfel er geen seconde aan, of Gods heiligen zullen dit water des levens drinken, en de vruchten van deze levensbomen eten. Wil zullen werkelijke lichamen hebben, die eten en drinken kunnen. Onze voeten zullen wandelen op de gouden straten. Onze handen zullen de blinkende aangezichten van onze geliefden strelen. Onze armen zullen hen omhelzen. Al onze verlangens zullen volkomen vervuld worden. O, ik zeg u nogmaals: De hemel is een plaats; een werkelijke, letterlijke, tastbare plaats. In de hemel is een stad, even stoffelijk, even letterlijk, even tastbaar als Amsterdam of Londen. Jezus zeide, dat Hij heenging, om ons een plaats te bereiden. Hoe wonderschoon en heerlijk die plaats zal zijn, vermag geen pen te beschrijven, geen mensentong uit te spreken. Dat overtreft onze stoutste verwachtingen.
In zes dagen heeft Jezus Christus de hemel en de aarde gemaakt, en alles wat daarin is. 'Zonder Hem is geen ding gemaakt, dat gemaakt is' (Joh. 1 . 3). Als Hij in zes dagen zoveel wonderen gemaakt heeft, welke rijkdommen en heerlijkheden moet de Heiland dan wel bereid hebben gedurende de 1900 jaren, waarin Hij ons plaats bereidt in het huis Zijns Vaders. 'gelijk geschreven is: hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben' 11 Kor. 2: 9].
Waar is de hemel?
Waar Is de hemel? Dat heb ik me dikwijls afgevraagd. In elk geval is de hemel 'boven'. Jezus voer op naar de hemel. 'En als hij dat gezegd had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen' (Hand. 1: 9). 'Alzo voer Elia op naar de hemel met een onweder' (2 Kon. 2: 11). Zelfs Paulus, toen hij; bijzondere openbaringen van de Here ontving, werd 'opgetrokken tot in de derde hemel' (2 Kor. 12: 2) en 'opgetrokken in het paradijs' (2 Kor. 12: 4). Paulus kende tenminste zo iemand, die tot zulk een hoogte was opgetrokken. Ik geloof, dat hij het zelf geweest is. De hemel is dus 'boven'. En als wij naar de hemel gaan, dan zullen wij 'opvaren', of 'opgetrokken', of 'opgenomen' worden. Daarom hebben wij nu reeds onze ogen opwaarts gericht en zingen wij:
't Hoofd omhoog, het hart naar boven,
Hier beneden is het niet.
't Ware leven, lieven, loven,
Is daar, waar men Jezus ziet.
De hemel is waar Christus is.
Waar ergens in Gods onmetelijk heelal de hemel ook mogen zijn, een ding is ontwijfel-baar zeker: Voor de Christen is de hemel, daar waar Christus is. Wij zullen 'voor altijd met de Here' zijn. Wij is nu in de hemel bij Zijn Vader. Maar eens zal Hij uit de hemel nederdalen, om ons tot zich te nemen, en te brengen in het huis Zijns Vaders. Maar spoedig na deze wonderbare gebeurtenis, zal Christus op aarde wederkeren, om als Koning te heersen. De engel zeide tot Maria: 'En God, de Here, zal Hem de troon van Zijn Vader David geven en Hij zal over het huis Jacobs Koning zijn in der eeuwigheid en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn' (Luk. 1: 32, 33). En in Mattheüs 25: 31 lezen wij: 'Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en alle heilige engelen met Hem, dan zal Hij; zitten op de troon Zijner heerlijkheid'. Als de Here Jezus komt, om op aarde te heersen: dan zullen wij, als Zijn heiligen, met Hem komen. Wij zullen immers 'voor altijd met de Here' zijn l1 Thess. 4: 18). Wij zullen nimmermeer van Hem gescheiden worden. Waar Hij is, daar zullen ook wij zijn. Als Hij op aarde wederkomt, dan zullen wij 'met Hem' wederkomen. Als Hij; op aarde als Koning heerst, dan zullen wij met Hem als Koning heersen. In Openbaring 5: 10 horen wij de lofprijzingen van de verloste heiligen in de hemel. En zij zeggen, dat Christus 'ons onze God gemaakt heeft tot Koningen en priesters en wij zullen als koningen heersen op de aarde'. De Schrift zegt: 'Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen' (2 Tim. 2: 15). Openbaring 20: 6 zegt: 'Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding... zij zullen priesters van God en van Christus zijn en zij zullen met Hem als Koningen heersen duizend jaren'. Gedurende een periode van duizend jaren zal voor de Christen de hemel op aarde zijn.
De dagen van de hemel op aarde.
De heerschappij van Christus op aarde wordt ons in talrijke Oud-Testamentische profetieën geschilderd. Lees eens Jesaja 11: 1-16 en Micha 4. O, de vrede en blijd-schap op de aarde, als Christus zal heersen als Koning der koningen en Here der heren. Dan zullen de volkeren 'hun zwaarden slaan tot spaden en hun spiesen tot sikkelen, het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen en zij zullen de oorlog niet meer leren' (Micha 4: 3). En de heidenen zullen de ware God dienen in vrede en heiligheid. 'Alsdan zullen der blinden ogen open gedaan worden en der doven oren zullen geopend worden: alsdan zal de kreupele springen als een hert, en de tong des stommen zal Juichen... en de vrijgekochten des Heren zullen wederkeren en tot Zion komen met gejuich en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefheid en zuchting zullen wegvlieden Jesaja 35: 5-10).
Daarna, na het einde van deze duizend Jaren, zal de laatste zondaar worden geoordeeld, en de aarde door vuur worden gereinigd van alle vlekken der zonde. Vervolgens zal het Nieuwe Jeruzalem, dat thans in de hemel is, uit de hemel nederdalen op de nieuwe aarde. Dan zal deze wonderlijke stad Gods op aarde zijn en 'de tabernakel Gods' bij de mensen. 'En de stad behoeft de zon en de maan niet... want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht en het Lam is haar Kaars' (Op. 21: 23). Dan 'zal HIJ bij hen wonen en zij zullen Zijn volk zijn en God zelf zal bij hen en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwassen en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn: want de eerste dingen zijn weggegaan' (Op. 21: 3, 4).
O, moge God de hemel voor ons een werkelijkheid maken. Het is een werkelijke plaats, een stoffelijke, letterlijke plaats, voor ons bereid door de Heiland.
Lichamen in de hemel.
Laten wij ons herinneren, dat Jezus naar de hemel ging met een stoffelijk lichaam. Zijn lichaam kwam uit Jozefs nieuwe graf. Tot Zijn verbaasde discipelen, die bevreesd waren, toen zij Hem zagen, zeide Jezus: 'Een geest heeft geen vlees en beenderen, gelijk gij ziet, dat Ik heb' (Luk. 24: 39). Hij zeide: 'Ik ben het Zelf tast Mij aan en ziet'. Thomas werd uitgenodigd, om zijn hand in zijn zijde te leggen (Joh. 20: 27). Johannes, de geliefde apostel, sprak over Jezus als Degene, Die 'onze handen getast hebben' (1 Joh. 1: 1). Op het eiland Patmos legde de verheerlijkte Heiland Zin hand op het hoofd van deze zelfde apostel. Ik zeg nog eens, Jezus heeft in de hemel een fysiek lichaam, een lichaam van vlees en beenderen, een tastbaar en stoffelijk lichaam. De engelen zeiden tot de discipelen op de olijfberg, van waar Jezus opvoer naar de hemel: 'Deze Jezus, die van U opgenomen is naar de hemel, zal alzo wederkomen' (Hand. 1: 11). Ze zeiden: 'Deze Jezus.' De Jezus in de hemel is niet een andere, maar Dezelfde. De Jezus, Die zal wederkeren voor Zijn heiligen, is niet een andere, maar Dezelfde. Als Hij naar Jeruzalem komt, zullen de Joden Hem zien, Dien zij doorstoken hebben (Zach. 12: 10). Zij zullen zeggen: 'Wat zijn deze wonden in Uw handen? Hij zal antwoorden: 'Het zijn de wonden waarmede Ik geslagen ben in het huis Mijner liefhebbers' (Zach. 13: 6). Zijn voeten zullen in die dag staan op de Olijfberg Zach. 14: 4). Jezus heeft in de hemel handen en voeten, dezelfde handen en voeten waarmede Hij heenging; handen en voeten met de gezegende tekenen der nagelen. En deze zelfde Jezus is nu in de hemel met een fysiek lichaam. Het kan dus niet anders, de hemel moet een werkelijke, letterlijke, fysieke plaats zijn.
Henoch.
Henoch heeft in de hemel een fysiek lichaam. Hij is nimmer gestorven. Wij lezen: 'Henoch wandelde met God en hij; was niet meer, want God nam hem weg' Gen. 5: 24). In Hebreeën 11: 5 wordt ons duidelijk gezegd: 'Door het geloof is Henoch weggenomen geweest, opdat hij de dood niet zien zou en hij werd niet gevonden, daarom, dat God hem weggenomen had'. Deze woorden zijn duidelijk. Henoch stierf niet. De mensen hebben gezocht naar zijn lichaam maar 'hij werd niet gevonden', omdat het zijn lichaam was, dat werd weggenomen, letterlijk en fysiek opgenomen in de hemel. Het lichaam van Henoch stierf niet. Daarom moet het vandaag nog leven. Zijn lichaam werd op aarde niet gevonden, omdat het onmiddellijk opgenomen werd in de hemel. Henoch ging rechtstreeks naar de hemel. God zond Henoch niet ergens heen, maar Hij nam hem weg. Sindsdien is Henoch met een werkelijk fysiek lichaam in het gelukzalige tehuis van God en van de engelen en van de ontslapenen.
Elia.
De Schrift zegt ons uitdrukkelijk, dat op aandringen van twijfelaars vijftig mannen drie dagen lang gezocht hebben naar het lichaam van Elia. Zij vonden het niet. Het was niet op de aarde, maar in de hemel. Het fysieke lichaam van Elia is in de hemel'. Hij voer op naar de hemel in een onweder' (2 Kon. 2: 11). Van alle mensen, die ooit op aarde geleefd hebben, weten wij slechts van deze twee, Henoch en Elia, dat zij de hemel zijn ingegaan, zonder te sterven. Zij werden veranderd, terwijl zij leefden, en lichamelijk opgenomen in de hemel. Van Elia lezen wij, dat hij in een wagen met vurige paarden de hemel binnen reed 12 Kon. 2: 11).
Wij weten dus, dat er minstens drie personen in de hemel zijn, die fysieke lichamen hebben: Jezus, Henoch en Elia.
De lichamen van Henoch en Elia waren geen 'opstandingslichamen'. Zij zijn nimmer gestorven en konden dus ook niet opgewekt worden. In 1 Kor. 15: 20 lezen wij: 'Maar nu Christus is opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden dergenen die ontslapen zijn'. Christus is de Eerste, die lichamelijk uit de doden werd opgewekt. Maar toen Christus terugkeerde naar de hemel met Zijn verheerlijkt opstandingslichaam, waren Henoch en Elia daar reeds met hun fysieke lichamen.
De heiligen te Jeruzalem.
Wij weten, dat er nog meer heiligen reeds met hun eigen, verheerlijkte opstandingslichamen in de hemel zijn. Toen Jezus opstond uit de doden en uit het graf verrees met Zijn eigen verheerlijkt, tastbaar lichaam, kwamen vele andere lichamen uit hun graven. In Mattheüs 27: 52, 53 lezen wij: 'En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen die ontslapen waren, werden opgewekt; en uit de graven uitgegaan zijnde na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad en zijn velen verschenen'. Let goed op, dat dit schriftgedeelte over lichamen spreekt, letterlijke, fysieke lichamen. Ongetwijfeld zijn deze lichamen niet naar het graf teruggekeerd, maar rechtstreeks naar de hemel gegaan. In de hemel zijn dus reeds vele mensen met hun eigen, fysieke lichamen van vlees en beenderen, met handen en voeten. Dank God, de hemel is een werkelijke plaats.
De ontslapen heiligen.
Verder acht ik het op z'n minst waarschijnlijk, dat ook de ontslapen heiligen in de hemel tijdelijk bekleed zijn met een of ander soort van menselijke lichamen, wachtend op de opstanding van hun eigen lichamen. In elk geval weten wij, toen Mozes verscheen op de berg der verheerlijking met Elia, om met Jezus te spreken. dat hij zichtbaar was voor het oog van de discipelen. Zo zichtbaar, dat Petrus het voorstel deed, om voor hem een tent te bouwen. Hieruit blijkt duidelijk, dat hij niet dacht met de geest van Mozes te doen te hebben. Neen, Mozes, die gestorven was en wiens lichaam door de Engel des Heren begraven werd (Deut. 34: 5, 6), verscheen zichtbaar en tastbaar voor de ogen der discipelen. Toen Samuel uit de doden werd teruggeroepen, verscheen hij zichtbaar voor Saul en de waarzegster van Endor (1 Sam. 28: 12). Zij zagen hem 'met een mantel bekleed' (vs. 14). In de hel zag de rijke man Abraham en hij zag Lazarus in zijn schoot (Luk. 16: 23). Johannes zag 'onder het altaar de zielen dergenen die gedood waren, om het getuigenis dat zij hadden'. Als de zielen van onze geliefden in de hemel geen lichamen hebben, dan zouden Zij onzichtbaar zijn voor de mensen en zeker geen 'witte kleding' kunnen dragen, zoals van de martelaren onder het altaar gezegd wordt (Op. 6: 11).
2. ONMIDDELLIJK NA HET STERVEN IN DE HEMEL
Er zijn mensen, die denken, dat bij het sterven de zielen der ontslapenen naar een of andere 'tussenplaats' gaan. Zij kunnen zich niet indenken, dat een mens zo maar ineens de heerlijkheid des hemels kan binnengaan. Anderen beweren, dat zij eerst een periode van loutering moeten doormaken, voordat de poort des hemels voor hen ontsloten wordt. De Rooms Katholieken spreken van het 'vagevuur', als een plaats van lijden en loutering. In de bijbel vinden we over dit alles echter geen woord. De bijbel kent geen 'tussenstaat' tussen hemel en hel, maar leert duidelijk, dat zij die voor hun zaligheid in Christus geloofd hebben, onmiddellijk na het sterven de hemel zullen binnengaan. Anderen leren de 'zieleslaap'. Zij leren, dat bij de dood van een Christen zijn ziel in slaap valt en pas ontwaakt bij de opstanding van zijn lichaam.
Misschien is deze gedachte ontstaan door het Bijbels gebruik van het woord 'slaap' voor de dood van een gelovige. In 1 Thess. 4: 14 lezen wij: 'Alzo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem'. Van Stefanus wordt gezegd, dat 'hij; ontsliep' (Hand. 7: 10). Het is echter alleen het lichaam, dat slaapt. Het lichaam rust. De ogen zien niet meer, de oren horen niet meer, de tong spreekt niet meer, de hersenen werken niet meer. De lichamen van de gestorven heiligen slapen in het bed van stof, totdat Jezus hen van daaruit zal opwekken bij Zijn wederkomst. Vele, vele schriftplaatsen maken echter duidelijk, dat hun zielen niet slapen. De dood betekent voor de Christen geen bewusteloosheid, duisternis of vergetelheid, maar het binnengaan van een nieuwe, stralende dag van volmaakt en heerlijk leven. De dood is niet het einde van het leven. Het is slechts het einde van het moeilijkste deel van het leven voor de Christen. Omdat de ziel eeuwig is, is het leven eindeloos. Het kortste deel van het leven brengen wij door in een sterfelijk lichaam. Het langste deel brengen wij door aan de andere zijde van de smalle doodsrivier. De Schrift zegt dat het leven op aarde is als 'een damp, een zucht'. Hier zijn tranen, leed en smart, maar daar zijn wij van al deze dingen voor eeuwig verlost. Onze geliefden in Christus hebben niet opgehouden te bestaan, toen zij van ons heengingen. Zij leven vandaag bewuster en genieten meer van het leven, dan zij ooit op aarde gedaan hebben. Hier waren zij gebonden door zwakheden des vlezes. Nu zijn zij daarvan bevrijd en wandelen in de kracht van onvergankelijk leven. Deze gezegende waarheid wordt bevestigd door de geschiedenis van de stervende moordenaar aan het kruis. Deze gelovige misdadiger wendde zich in zijn stervensuren tot Jezus, die naast hem aan het kruis hing en zeide: 'Here gedenk mijner, als gij in uw koninkrijk zult gekomen zijn'. Deze man wist niets van de hemel. Maar hij wist des te meer over het beloofde, komende Koninkrijk van Christus, de Messias. Jezus vergaf deze berouwvolle zondaar en beloofde hem zaligheid . niet al leen in de nog ververwijderde dag van Zijn Koninkrijk, maar onmiddellijk: 'Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn'. Hij ging tegelijk met Jezus het Paradijs Gods binnen.
In Lucas 16: 19-31 verklaart Jezus duidelijk, dat een Christen bij het sterven onmiddellijk naar de hemel gaat. Wij lezen: 'En het geschiedde, dat de bedelaar stierf en van de engelen gedragen werd in de schoot Abrahams'. Lazarus ging niet naar een 'tussenplaats', maar regelrecht naar de hemel waar Abraham was. Dus ook geen 'zieleslaap'. En Paulus zegt: 'Ik word van deze twee gedwongen, hebbende begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste' (Fil. 1: 23). En in 2 Kor. 5: 8 getuigt dezelfde apostel: 'Maar wij hebben goede moed en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen en bij de Heer in te wonen'. Iedere heilige, die uit het lichaam uitwoont, woont dus bij de Here in. Als de gelovige sterft, wordt hij door engelen Gods regelrecht naar het hemelse Tehuis gedragen, waar Christus is en waar de Vader is.
4. IS HERKENNING IN DE HEMEL MOGELIJK?
Zullen de gelovigen elkaar ook herkennen in de hemel? Zullen onze geliefden hun persoonlijke, karakteristieke kenmerken, waaraan wij hen op aarde gekend hebben, in de hemel ook behouden? Gode zij dank kunnen wij deze vraag volkomen zeker met 'Ja' beantwoorden. Als wij in Christus ontslapen en door Gods engelen 's hemels zalen worden binnengedragen, dan zijn wij verlost van onze menselijke zwakheden en ook van de aanwezigheid der zonde in ons.
Dat betekent een enorme verandering en een wonderbare vooruitgang. Ontbonden te worden om met Christus te zijn, is verreweg het beste. Maar welke veranderingen wij bij het sterven ook zullen ondergaan, onze persoonlijkheden blijven nochtans dezelfde. Het volmaakte zal volmaakt worden. Het onvolkomene zal volkomen worden. Wat ons hier ontbreekt, zal daar worden aangevuld. Onze geliefden, die ons zijn voorgegaan, zijn in de hemel precies dezelfde mensen, als wij op aarde gekend hebben. Abraham in de hemel was dezelfde als Abraham op de aarde. Lazarus, de arme bedelaar, was ziek; nu is hij gezond. Hij was een bedelaar: nu is hij; rijk. Hij was in lijden, nu wordt hij getroost. Onnoemelijk veel was er in zijn leven veranderd, toen de engelen hem in de schoot van Abraham droegen, maar hij bleef dezelfde Lazarus. Hij werd daarom ook ogenblikkelijk herkend door de rijke man in de hel.
In 1 Kor. 13: 12 lezen wij de bekende woorden: 'Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht, nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ik ook gekend ben'. O, in de hemel zullen wij elkaar beter kennen, dan wij elkaar ooit op aarde gekend hebben. Hier op aarde 'zien wij aan wat voor ogen is, maar de Here ziet het hart aan' (1 Sam. 16: 7). Wij kunnen elkaar hier van harte liefhebben en elkaar soms toch nog verkeerd begrijpen . Door een enkel misverstand worden soms de hechtste vriendschapsbanden verbroken. Wij beoordelen onze broeders of zusters vaak verkeerd, omdat wij hun ware motieven en verlangens niet kennen. Wij kunnen alleen maar zien door een donkere spiegel. Wij zien hun ogen, wij horen hun woorden, maar wij kunnen niet zien, wat in hun harten leeft. Niemand onzer kan naar een vriend kijken en met zekerheid vaststellen of hij liegt of de waarheid spreekt. Een moeder is niet in staat, om haar liefde voor haar kind in woorden uit te drukken. Alleen in de hemel zullen wij weten, hoe lief sommige mensen ons hadden. In de hemel gaan onze harten voor elkaar open. Hier zien wij aan 'wat voor ogen is'. Hier zien wij door een spiegel in een duistere rede. Hier kennen wij ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben. Wij zullen zien van aangezicht tot aangezicht. Wij zullen elkaar niet meer kunnen misverstaan. Onze liefde jegens elkander zal nimmer kunnen verkoelen, omdat zij voortkomt uit reine harten. Wij zullen elkaar niet meer onwetend verdriet kunnen doen. Alle gereserveerdheid tegenover elkaar zal voor altijd verdwenen zijn. En wij zullen in de hemel niet alleen kennen, die wij op aarde gekend hebben. Wij zullen al de heiligen kennen. Niemand zal mij behoeven voor te stellen aan Paulus, of aan David, of aan Barnabas, of aan de martelaar Stefanus, of aan Maria, de moeder van Jezus. De discipelen herkenden Mozes en Elia op de berg der verheerlijking, hoewel zij hen nooit eerder gezien hadden. De rijke man in de hel herkende aan de andere zijde van de kloof Lazarus en Abraham. Zowel in de hemel als in de hel behouden de mensen al hun zintuigen. Ofschoon hun lichamen nog in het graf zijn, zien zij alsof zij ogen hebben, horen zij alsof zij oren hebben, spreken zij alsof zij tongen en lippen hebben. De rijke man in de pijn zag Abraham en Lazarus. Zij hoorden elkaar spreken. De rijke man voelde de pijn in de hel. Lazarus werd even zintuiglijk getroost in de hemel, als de rijke man gekweld werd in de hel. Onze geliefden bij de Here kunnen zien, horen, spreken en zingen. Zij voelen zich volmaakt gelukkig. Het leven is voor hen in heerlijkheid voller, rijker, heerlijker dan voor ons op aarde. Hun kennis is volmaakt. Hier Is het leven voor ons vaak een raadsel. Hier begrijpen wij dikwijls Gods leiding en Gods bedoeling niet. Hier zijn vele 'Waaroms?' waarop wij geen antwoord weten. Jezus wist dat van tevoren en zeide: 'Wat lk doe weet gij nu niet; maar gij zult het na dezen verstaan' Joh. 13: 7).
Behalve het getuigenis der schriften hebben wij ook nog het getuigenis van een groot aantal stervenden, dat het bewustzijn bij de dood niet ophoudt. Hoeveel Christenen hebben op hun sterfbed niet getuigd, dat zij de engelen hoorden zingen, dat zij Jezus zagen en hun geliefden, die hen voorgegaan waren. De stervende Stefanus, vol des Heiligen Geestes, zag Jezus staande ter rechterhand Gods in de hemel. Dat was geen hallucinatie, maar wonderbare werkelijkheid. Stefanus zag Jezus werkelijk en hij getuigde er van voor hij stierf. In dat korte ogenblik, waarop de poorten des hemels ontsloten werden om hem binnen te laten en voordat zij de laatste menselijke adem uitbliezen, konden vele stervende Christenen hun geliefden onderscheiden. Dank God, wij zullen elkaar herkennen in de hemel. Wij zullen daar met elkaar omgaan, zoals wij hier met elkaar omgingen. Wij zullen met elkaar gemeenschap hebben, zoals wij hier gemeenschap hadden. Wij zullen elkaar liefhebben, zoals wij elkaar hier liefhadden. Maar dit alles op een schoner, volmaakter en heerlijker wijze. Wij zullen met elkaar spreken over Gods wonderbare leidingen en voorzieningen, toen wij nog op aarde leefden. Onze kennis en ons geheugen zullen volmaakt zijn. Wij zullen ons ons leven op aarde herinneren. Wij zullen samen zingen en telkens weer overvloedige reden vinden, om ons aanbiddend te buigen voor de troon van God en van het Lam, voor alle liefde en genade ons bewezen. 'De gemeenschap der heiligen', hier op aarde reeds zulk een zegenrijke ervaring, zal in de hemel een wonderbare, volmaakte en eeuwige werkelijkheid zijn.
5. NEMEN DE HEMELSE HEILIGEN ONS OP AARDE WAAR?
Deze vraag leeft In miljoenen harten. Uw moeder is in Christus ontslapen. Gods engelen hebben haar als 'gedienstige geesten' door 's hemels paarlen poorten binnengedragen. U hebt haar peinzend nagestaard. Menigmaal hebt u aan de nachtelijke hemel gestaard naar de fonkelende sterren en u afgevraagd, waar ergens in die oneindige ruimte zij zou zijn 'bij de Here'. Kan zij; u zien? Neemt zij u waar? Denkt zij nog aan u? Heeft zij u nog lief? Weten onze geliefden in de hemel, wat er op aarde gebeurt? O, Gode zij dank, dat het Woord van God antwoord geeft op deze vragen met een duidelijk 'Ja'. Zij weten, wat er op aarde gebeurt. Zij hebben er zelfs intense belangstelling voor. Misschien vraagt iemand: 'Hoe kan een moeder in de hemel gelukkig zijn, als zij weet, dat haar zoon op aarde in de zonde leeft en Christus verwerpt. Hoe kunnen de mensen in de hemel gelukkig zijn, als zij op de hoogte zijn van alle droefheid en goddeloosheid, van alle ziekte en zonde, van alle oorlogen en ellende in deze arme, goddeloze wereld? Maar laat mij u een andere vraag stellen, die antwoord geeft op deze. Hoe kan de Here Jezus gelukkig zijn in de hemel? Toch weet Hij alles, wat op aarde gebeurt. Hij; weet zelfs, wat er in de hel gebeurt. Hij weet van elk musje, dat van het dak valt. Hij heeft elke haar op elk menselijk hoofd geteld. Hij kent het hart van elke ongeredde zondaar. Hij is bedroefd over de zwakheden en gebreken en nederlagen van elke Christen Kan Jezus gelukkig zijn? Wij; weten, dat de Schrift antwoordt: 'Om de arbeid Zijner ziel zal Hij zien en verzadigd worden' Jes. 53: 11). Wij weten, dat Jezus op aarde uitzag naar de vreugde des hemels. Want er staat van Hem geschreven: 'Die voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft gedragen en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van de troon Gods' (Hebr. 12: 2). Ja, Jezus is gelukkig in de hemel, hoewel Hij alle goddeloosheid van deze wereld kent. Zo zijn ook de heiligen in de hemel gelukkig. Wij begaan dikwijls de fout, dat wij de hemelse heiligen meten met de standaards van arme, vleselijke, aardsgezinde Christenen. Ik heb een last voor zondaren op mijn hart, maar o, de blijdschap des Heren, die soms mijn ziel zelfs hier op aarde vervult en zoveel te meer als ik straks bij Hem zal zijn.
Geliefde Christen, u kunt er zeker van zijn, als u naar de hemel gaat, dat u volkomen verzadigd en volmaakt gelukkig zult zijn met alles, wat de Here doet. En als, bij het laatste oordeel, de Here Jezus zondaars voor eeuwig naar de 'poel des vuurs' zendt, onbekeerde zondaars die niets met Jezus te doen wilden hebben, zondaars die het pleiten van de Geest verworpen hebben, die het bloed van Christus met voeten getreden hebben, dan zal iedere moeder 'Amen' zeggen op de rechtvaardige veroordeling van haar jongen. En God zelf zal al haar tranen afwissen, er zal geen geschrei meer zijn noch pijn, 'want de eerste dingen zijn weggegaan'. Zeker, in de hemel weet men, wat op aarde plaats heeft. Dat blijkt duidelijk uit vele schriftelijke voorbeelden.
Samuël.
Daar is het geval van Samuel, die stierf. Koning Saul ging naar de waarzegster van Endor, en vroeg haar, om Samuel op te roepen. Hij wilde hem om raad vragen. Ik weet, dat waarzeggerij en spiritisme door God verboden zijn. Ik weet niet, waarom God in dit geval Samuel toestond, om In eigen persoon aan Saul te verschijnen. Maar het gebeurde. En wij zien dat Samuel, die reeds tot zijn vaderen verzameld was, uit het dodenrijk uit 'de schoot Abrahams' terugkeert, en precies wist, wat op aarde gebeurde. Meer nog, hij; wist zelfs, wat morgen gebeuren zou. In 1 Sam. 28: 16-19 lezen wij, wat Samuel tot Saul zeide: 'De Here zal ook Israël met u in de hand der Filistijnen geven en morgen zult glij en uw zonen bij mij zijn; ook zal de Here het leger Israëls in de hand der Filistijnen geven'. Samuel wist, wat er op aarde gebeurde. En hij wist waarom. Hij kende de zonde van Saul, kende de plannen van God. Hij; wist, wat er de volgende dag zou gebeuren. Dit is stellig een bewijs, dat de hemelse heiligen weten, wat plaats heeft op aarde.
De rijke man en Lazarus.
De rijke man in de hel nam met de grootste bezorgdheid waar, wat er op aarde gebeurde. Hij zeide: 'Ik bid U dan vader, dat gij hem zendt tot mijns vaders huis, want ik heb vijf broers; dat hij; hun dit betuige, opdat ook zij niet komen in deze plaats der pijniging' Lucas- 16: 27, 28). Abraham wist er nog meer van dan hij, en zeide: 'Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zo zullen zij ook, al ware het dat er iemand uit de doden opstond, zich niet laten gezeggen'. Merkwaardig dat men in de hemel en in de hel zulk een grote belangstelling heeft voor de bekering van een zondaar, terwijl wij er op aarde zo vaak onverschillig voor zijn.
Mozes en Elia.
Mozes en Elia ontmoetten Jezus op de berg der verheerlijking. Zij wisten wat er op aarde zou gebeuren en spraken daar over met de Heiland. 'Zij spraken over Zijn uitgang, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen' (Luk. 9: 31). De heiligen in de hemel wisten, wat Jezus zou doen op aarde. Zij kenden de loop der gebeurtenissen, die Jezus regelrecht naar het kruis zouden voeren. Zij spraken met Hem over Zijn dood in Jeruzalem. Is het niet duidelijk, dat de heiligen in de hemel weten, wat er op aarde plaats heeft?
De zielen onder het altaar.
En leest u thans eens Openb. 6: 9-11. Hier zag Johannes in de hemel de zielen van hen, die gedood waren om hun Christelijk getuigenis. Zij hadden nog geen opstandingslichaam.
Zij waren verzameld onder het altaar van de tempel in de hemel en riepen: 'Hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen' Deze hemelse heiligen zien de strijd, de vervolging van de ge-lovigen, de goddeloosheid, de ongerechtigheid op aarde. Hun arme harten roepen tot God, dat Hij de zonde zal straffen, en de heiligen zal wreken. Met de grootste bezorgdheid volgen zij de gebeurtenissen in deze wereld. Maar Gode zij dank, worden zij niet onwetend en ongetroost gelaten. God verklaart hen vol liefde, hoe de verdere loop der gebeurtenissen op aarde zal zijn. Hemelse leraars tonen hen, dat zij niet bedroefd behoeven te zijn, dat de zonde uiteindelijk gestraft zal worden, en dat Christus zal heersen! O, laten wij God danken, dat de heiligen in de hemel op ons neerzien met de grootste belangstelling. Onze geliefde doden, die leven in Christus, weten wat wij dagelijks doen.
Blijdschap in de hemel.
En waarnaar gaat hun belangstelling in de allereerste plaats uit? Op deze vraag geeft Jezus zelf een duidelijk antwoord. Wij lezen in Lucas 15: 10: 'Ik zeg ulieden, er is blijdschap bij de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert'. Wie is 'bij de engelen'? Wij kunnen er zeker van zijn, dat de Here Jezus daar Is en zich verheugt, over zielen die gered worden. Maar vergeet niet, dat daar ook de heiligen zijn. Zij zijn met Christus. ongetwijfeld verheugen zij zich en loven zij God voor elke zondaar, die zich op aarde bekeert,
De wolk der getuigen.
In Hebr. 11 geeft God ons de erelijst der geloofshelden: Abel, Henoch, Noach, Abraham, Izaäk, Jakob, Sara, Gideon, Barak. Simson, Jefta en ongenoemde martelaren des geloofs 'welken de wereld niet waardig was'! De wonderbare climax van dit hoofdstuk vinden wij in Hebr. 12: 1, 2: 'Daarom dan ook, alzo wij; zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last en de zonde. die ons lichtelijk omringt en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan die ons voorgesteld is, ziende op Jezus, de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs...' Omringd door zo grote wolk der getuigen! O, wij kunnen er zeker van zijn, dat alle heiligen en geloofshelden van God in de hemel met de grootste interesse neerblikken op ons, die onze loopbaan nog moeten lopen. De geheiligde miljoenen hebben hun loopbaan op aarde reeds gelopen. Zij zijn de eindstreep reeds gepasseerd. Nu zitten zij op de hemelse tribunes en kijken neer op ons, die hun plaatsen hebben ingenomen. O, Christenen, met het oog op deze grote schare, die ons omringt en gadeslaat, laten wij afleggen alle last en de zonde, en een goede loopbaan lopen. O, ik geloof, dat de hemelse heiligen weten, wat hier op aarde voorvalt. Zij weten, zoals Jezus weet. Zij zien niet door een donkere spiegel, maar van aangezicht tot aangezicht. God heeft geen geheimen voor Zijn geliefden, die in Zijn tegenwoordigheid binnengingen en zich verlustigen in Zijn voorhoven. Zij weten, wat wij op aarde doen. Hemelse getuigen zien ons, elke stap die wij doen. Wij zijn hen dierbaar: zij begrijpen onze harten; zij zien verlangend naar ons uit, totdat ook wij de eindstreep behaald hebben en de hemel binnengaan.
6. HET STERVEN IS GEWIN
Wij Christenen doen vaak als heidenen. Wij prediken, dat het heerlijk is een Christen te zijn en dat het 'sterven gewin is' en dat de hemel een wonderbare plaats is. Maar als een van onze geliefden sterft, doen wij net, of dit alles een leugen is.
Onze reacties zeggen, dat deze wereld beter is dan de volgende, dat de dood een tragedie is, en wanhopig roepen wij uit 'Waarom, waarom, waarom'? Wij klagen en zuchten bij de dood van onze geliefden en gooien ons getuigenis te grabbel . O, de Christelijke dood is geen tragedie, maar een wonderbare promotie. Het is niet een droevig einde, maar het heerlijke begin. Sommige mensen zeggen: 'Wat een tragedie, als iemand zo jong al moet sterven, maar dat is een leugen van Satan. Als een jonge Christen sterft. is dat niet droevig. maar heerlijk. Zeker wij missen onze geliefden, als zij sterven. Maar bedenk wel, dat ons treuren en klagen zelfzuchtig is; er is blijdschap in de hemel. Niemand in dat gezegend land zou, indien dat mogelijk was, willen terugkeren op aarde. Dat is de leer van de schrift. De dood is voor de zondaar verschrikkelijk, maar niet voor een kind van God. 'Zalig zijn de doden, die in de Here sterven van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid en hun werken volgen met hen'. Paulus zegt door de Heilige Geest: 'Het sterven is mij gewin' Fil. 1: 21). Het is gewin, altijd gewin, als een Christen sterft. Het Is het beste, 'zeer verre het beste' om met Christus te zijn (Fil. 1: 23). Daarom behoren Christenen begerig uit te zien naar de hemel. Naar de komst van Jezus, en Hij kan vandaag komen, om Zijn verlosten op te nemen in heerlijkheid. Maar als Jezus vandaag niet komt, zalig zijn degenen, die in de Here sterven. Wij behoren schone liederen te zingen over de hemel. Wij behoren te verlangen naar zijn onuitsprekelijke rijkdommen. Wij behoren ons te verblijden over de zekerheid, dat wij eenmaal die hemel zullen binnengaan. Wij behoren heimwee naar het hemels vaderland te hebben. Laten wij eens nagaan wat het grote 'gewin' is, van iemand, die sterft en naar de hemel gaat.
1. De Christen gewint de tegenwoordigheid van Christus. Hij is met Christus en dat is 'zeer verre het beste'. Paulus verlangde Jezus te zien. Zo ook wij. Waar Jezus is, is de hemel. Ik kan nimmer ten volle beseffen, hoe lief Hij mij heeft. Ik weet, dat Hij mij liefheeft. Zijn Woord zegt het mij en ik ervaar het elke dag van mijn leven. Maar, hoe heerlijk zal het zijn, als ik Hem persoonlijk kan zien. Dan zal ik aan Zijn boezem kunnen liggen, zoals Johannes. Wij hebben Hem nu lief, hoewel Hem niet ziende. Hoe lief zullen wij Hem hebben, als wij Zijn aangezicht zien.
2. Het sterven zal gewin zijn, omdat wij in de hemel onze geliefden wederzien. Ik weet, dat er velen in de hemel zijn, die naar mijn komst uitzien. Hoe vaak hebben wij gezongen: 'Nu tot wederziens, zij het hier of aan de Godsrivier'. De heiligen zullen vergaderen aan de oevers van de rivier des levens. Zij zullen komen uit het oosten en het westen en het noorden en het zuiden en zullen aanzitten met Abraham, Izaäk en Jakob in het Koninkrijk Gods. O, het zal wonderbaar heerlijk zijn, onze geliefden in de hemel te ontmoeten.
3. Het sterven is 'gewin' voor de Christen, omdat hij bevrijd is van de aanwezigheid der zonde. Paulus riep uit met het oog op zijn zondige natuur: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaams dezes doods' (Rom. 7: 24). Dan zullen zij, die hongeren en dorsten naar gerechtigheid verzadigd zijn.
4. Daar zal geen verdriet meer zijn over zondige metgezellen. Lot kwelde zijn rechtvaardige ziel over de zonden van de mannen van Sodom. Samuels hart brak bijna, vanwege de zonden van Saul. Paulus had voortdurend smart over zijn broeders naar het vlees, die Christus verwierpen. Geprezen zij God, in de hemel zal er geen zonde meer om ons heen zijn, geen slecht gezelschap, geen vijanden, geen vervolgers.
5. In de hemel zullen onze tranen gedroogd en onze bedroefde harten vertroost worden. Abraham zeide tot de rijke man over Lazarus: 'Nu wordt hij vertroost en gij lijdt smarten' (Luk. 16: 25). De Heiland zeide: 'Zalig zijn zij, die treuren, want zij zullen vertroost worden' (Matt. 5: 4). Veel van deze troost zullen wij niet ontvangen, totdat wij in de hemel zijn. De Psalmist zegt: 'Des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich' [Ps. 30: 6). De aarde is het tranendal. De hemel is een plaats van troost. God zelf 'wist alle tranen van onze ogen af'. Er is geen smart op aarde, die de hemel niet helen kan.
6. Een christen, die sterft, gewint rust. Hoe heerlijk moet het voor een heilige in de hemel zijn, om alle zorgen en lasten te mogen afleggen. Ik denk, dat het wonderbaar moet zijn, te zitten op de bank aan de oever van de rivier des levens, in de schaduw van bomen, die twaalf soorten vruchten dragen en wier bladeren zijn tot genezing der heidenen. 'Ja', zegt de Geest 'opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen' (Op. 14 : 133.
En in Hebr. 4: 9 lezen wij: 'Er blijft dan een rust over voor het volk Gods'.
7. Sterven in Christus betekent eeuwig loon 'gewinnen'. Het betekent ingaan in de vrucht van al onze werken en de ontvangst van alle schatten, die wij in de hemel vergaderd hebben. Daarover sprak Paulus, toen Hij zeide: 'Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd... voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke de Here mij in die dag geven zal en niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning lief gehad hebben' (2 Tim. 4: 6-8).
Paulus wist, dat als hij ontbonden zou worden, om met Christus te zijn, dat hij de onuitsprekelijke vreugde zou hebben, zielen te zien, die hij door Zijn arbeid voor de Heiland gewonnen had. Zijn werken zouden hem volgen. Ook de profeet Daniel voorzag, dat 'de leraars zullen blinken als de glans des uitspansels en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwig' (Dan. 12: 31. O, welk een groot 'gewin' heeft iemand, die de aarde verlaat voor de hemel. Waarlijk, de Christen kan zeggen: 'Het sterven is mij gewin' en 'ontbonden te worden en met Christus te zijn, is zeer verre het beste'.
6. DE WEG NAAR DE HEMEL
Sinds de zondeval van Adam hebben mensen gezocht naar de weg tot de hemel. Om de hemel te winnen brachten mensen gaven naar toverdokters, brachten zij offers aan hun goden, betaalden zij gelden aan priesters, martelden zij zichzelf met verschrikkelijke pijnen.
Mensen offerden hun zonen in de vurige armen van Moloch; vrouwen wierpen hun baby’s voor de krokodillen in de Ganges-rivier; hopend de hemel te gewinnen. Pelgrims zijn door woeste en eenzame woestijnen getrokken, om hun knieën te buigen in Mekka; kruisvaarders zijn strijdend naar Jeruzalem getogen, om de zekerheid van vergeving hunner zonden te ontvangen en de hemel te gewinnen. Monniken hebben het leven vaarwel gezegd en beklommen met blote knieën stenen trappen, hopend de hemel te kunnen verdienen. Miljoenen gebeden zijn opgezonden, in de hoop, dat de hemelpoort zou opengaan. Mensen zochten een weg naar de hemel in het water van de doop, in het doen van hun belijdenis, in het lidmaatschap van een kerk, of in het brood en de wijn van het Heilig Avondmaal, Zij zochten de hemel door religieuze vormen, door het geven van gaven aan de armen en door goede werken. Maar niet een van deze dingen is de weg naar de hemel. Jezus heeft gezegd: 'Ik ben de weg, de Waarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij' (Joh. 14: 6). Jezus Zelf is de weg naar de hemel. Hij is de enige Weg: Hij Is de 'enge Poort'. Hij; is de 'smalle Weg'. Elke andere weg is niet een weg naar de hemel, maar de brede weg, die tot het verderf leidt. Jezus zegt in Joh. 7: 37: 'Zo iemand dorst heeft, die kome tot Mij en drinke'. En in Mattheüs 11: 28: 'Komt herwaarts allen tot Mij die vermoeid en belast zijt, en Ik zal U rust geven'. Ware rust, ware zaligheid, ware vergeving worden niet gevonden door het lidmaatschap van een kerk, noch door de doop, noch door een rechtvaardig leven. Zij worden gevonden in Christus alleen. 'Die de Zoon heeft, heeft het leven; die de Zoon niet heeft, heeft het leven niet' (1 Joh. 5: 11, 12). Als u Jezus hebt, hebt u de weg naar de hemel. Zijn; stierf, om de weg naar de hemel te openen. Zijn bloed gestort op Golgotha's kruis betaalde voor 's mensen zonde. Toen Hij stierf, scheurde de voorhang des tempels van boven naar beneden. God demonstreerde, dat door de dood van Zijn Zoon elke barrière tussen Hem en de mens is weggenomen.
De hemel is open, voor ieder die met zijn zonden de toevlucht tot Jezus neemt. Hij stierf voor onze zonde, en werd opgewekt tot onze rechtvaardigmaking. Alles wat nodig was voor onze zaligheid, deed Jezus. Dezelfde Jezus, die stierf om zondaars te bereiden voor de hemel, is heengegaan om de hemel te bereiden voor geredde zondaars. De dag breekt aan. dat Hij wederkomt, om verloste zondaars bij zich Zelf in de hemel op te nemen. De enige weg, om zeker te zijn van de hemel, is, dat u Jezus aanneemt, als uw persoonlijke Heiland, die voor u stierf en alles voor u volbracht heeft. Zoudt u hem vandaag niet willen aannemen? Zoudt u nu niet tot Hem willen komen en alleen op Hem uw vertrouwen stellen? Jezus zeide: 'Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' (Joh. 6: 37). Als u het doet, zullen ook eenmaal de parelen poorten van de hemel wijd voor u geopend worden.
|